De website voor historici
Kleio-Historia - Tijdschrift - Auteursinstructies

Vanaf 6 juli 2015 is Kleio-Historia als tijdschrift officieel geregistreerd onder ISSN 2452-1507 bij de Koninklijke Bibliotheek. Daar zal van elk exemplaar een nummer worden gedeponeerd. Kleio-Historia verschijnt 1-2 x per jaar met artikelen in het Nederlands en Engels. Hieronder vindt u de nummers in pdf.

Kleio-Historia, nr. 1. (2015) Tijdschrift
Kleio-Historia, nr. 2. (2015) Tijdschrift
Kleio-Historia, nr. 3. (2016) Tijdschrift
Kleio-Historia, nr. 4. (2016) Tijdschrift
Kleio-Historia, nr. 5. (2017) Tijdschrift

Auteursinstructies Kleio-Historia. Tijdschrift voor Geschiedenis

1. Inzending kopij
Zend uw kopij per e-mail naar kleiohistoria@markbeumer.eu t.a.v. drs. G.H.M.M. Beumer
2. Omvang artikelen
Een artikel in Kleio-Historial bevat maximaal 7.500 woorden inclusief voetnoten en bibliografie.
3. Doelgroep en genre: de primaire doelgroep van Geschiedenis bestaat uit studenten en afgestudeerden in Geschiedenis en aangrenzende wetenschappen. Kleio-Historia stelt zich ten doel haar lezers op wetenschappelijk of publieksvriendelijke verantwoorde wijze op de hoogte te houden van wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen op de voor de Geschiedenis relevante gebieden. Tevens wil zij, onder andere in de didactische rubriek, leraren Geschiedenis materiaal bieden dat direct of indirect bruikbaar is voor de lespraktijk in het voortgezet onderwijs. 
De volgende middelen dragen bij aan de toegankelijkheid van uw artikel:
• een duidelijke vraagstelling en een heldere structuur;
• een korte inleiding in uw gebied; wat is de (wetenschappelijke of didactische) context van uw bijdrage? En waarom is uw bijdrage van belang (eventueel ook voor een breder publiek)?
• een literatuurlijst van de gebruikte secundaire literatuur (dat wil zeggen: alleen de titels waarnaar u in verkorte vorm verwijst in uw artikel).
3.1. Vakgebieden: geschiedenis, filosofie, religie, onderwijskunde, didactiek, sociologie, psychologie, maatschappijwetenschappen. 

4. Stijl en opmaak algemeen
4.1. Houd de opmaak zo eenvoudig mogelijk.
4.2. Gebruik geen afkortingen.
4.3. Gebruik voor voetnoten de standaard voetnootfunctie van uw tekstverwerker.
4.4. Een heldere structuur wordt zeer op prijs gesteld. Tussenkopjes kunnen daaraan bijdragen.
5. Citaten van en verwijzingen naar Griekse en Romeinse teksten
5.1. Geef Griekse eigennamen of hun Latijnse vorm (Aeschylus, Thucydides, enzovoort).
5.2. Vertaal alle Griekse en Latijnse citaten. Plaats de vertalingen tussen enkelvoudige
aanhalingstekens.
5.3. Cursiveer Latijnse citaten.
5.4. Zet langere citaten (meer dan 40 woorden) als bloktekst, dat wil zeggen ingesprongen en door
witregels van de hoofdtekst gescheiden.
5.5. Gebruik geen afkortingen voor verwijzingen naar Griekse en Latijnse auteurs en titels.
5.6. Gebruik in verwijzingen alleen Arabische cijfers (1, 2, 3).
6. Citaten van en verwijzingen naar secundaire literatuur
6.1. Vermeld de volledige bibliografische gegevens van de gebruikte literatuur alleen in de literatuurlijst (zie hieronder, 7). Verwijs in de hoofdtekst en voetnoten naar secundaire literatuur volgens het auteur (jaartal)-systeem, eventueel met vermelding van paginanummers:
2
Voorbeelden:
a) Zo heeft Feeney 200:92-96 betoogd dat ...
b) Dit is het standpunt van West:1997.
c) (in voetnoot:) Vergelijk Slings 1997:107 n. 17.
d) (in voetnoot:) Hemelrijk 2000:344.
6.2. Zet langere citaten (meer dan 40 woorden) als bloktekst (zonder aanhalingstekens), dat wil zeggen ingesprongen en door witregels van de hoofdtekst gescheiden.
6.3. Zet kortere citaten uit de secundaire literatuur tussen dubbele aanhalingstekens (“...”). Enkele aanhalingstekens kunt u gebruiken voor citaten binnen citaten en voor andere gevallen waarin het Nederlands om aanhalingstekens vraagt.
7. Literatuurlijst
7.1. De literatuurlijst kan beperkt blijven tot de in uw artikel geciteerde en genoemde auteurs.
7.2. Gebruik geen afkortingen; vermeld de volledige titels van tijdschriften.
7.3. Gebruik voor de literatuurlijst de volgende opmaak:
Voorbeelden:
a) Artikel in bundel:
Slings, S.R. 1997. ‘Figures of Speech and their Lookalikes. Two Further Exercises in the
Pragmatics of the Greek Sentence’, in E.J. Bakker (ed.), Grammar as Interpretation. Greek
Literature in its Linguistic Context, Amsterdam, 169-214.
b) Artikel in tijdschrift:
Hemelrijk, E.A. 2007. ‘Local Empresses. Priestesses of the Imperial Cult in the Cities of the
Latin West’, Phoenix 61, 318-349.
c) Boek:
Jong, I.J.F. de. 2001. A Narratological Commentary on the Odyssey, Cambridge.
8. Structuur van het artikel (in volgorde)
8.1. titel: liefst kort en aansprekend. Voorbeelden: ‘Herodotus schrijft geschiedenis’; ‘Socrates als de
ideale man’; ‘Waar en wanneer Homerus leefde.’
8.2. ondertitel: indien nodig. Voorbeeld van een titel met ondertitel: ‘Het ene verhaal is het andere
niet. Een taalkundige kijk op teksttype in de Latijnse literatuur.’
8.3. auteursna(a)m(en)
8.4. summary: een Engelse samenvatting van maximaal 200 woorden.
8.5. hoofdtekst: zo duidelijk mogelijk gestructureerd.
8.6. literatuurlijst: beperkt tot gebruikte titels.
Daarnaast dient u aan te leveren:
8.7. auteursinformatie: functie, affiliatie, onderzoeksgebied(en), belangrijke publicatie; dit alles voor
zover relevant voor het artikel; maximaal 70 woorden.
8.8. bijschriften: bij illustraties (indien van toepassing); daarnaast vragen wij u om een lijst met bronvermeldingen.